
Dertien jaar geleden stuurde ik teams aan van zo’n vijfenzeventig mensen. Operationeel management in de beveiliging: roosters, klanten, mensen. Ik weet wat het doet als er iemand uitvalt. Niet uit een rapport maar uit de praktijk van elke maandagochtend.
Die ervaring kleurt hoe ik nu naar verzuim kijk. Over de cijfers wordt veel geschreven. Over wat er daarna op de werkvloer gebeurt veel minder.
Verzuim blijft niet bij één persoon
De kosten van het verzuim zelf zijn vaak nog het kleinste deel. Een groot stuk daarvan is verzekerd. Wat echt drukt, ziet u ergens anders.
U moet vervanging regelen. Die persoon moet u inwerken. Klanten merken het verschil. En de rest van het team vangt het ondertussen op, bovenop het eigen werk. Daar stijgt de druk weer. Uw beste mensen vangen het meeste op, want zo werkt dat in teams. Zo verschuift de stress van één iemand naar de hele afdeling.
Eén uitval is dus zelden één uitval. Het is het begin van een keten.
U zag het aankomen
En vaak zag u het gebeuren. Iemand die al weken piekerde. Stiller werd in overleggen. Vaker een korte nacht, vaker een kort lontje. Geen reden voor een ziekmelding, wel reden voor zorg.
Dan valt hij toch uit. De huisarts kijkt mee en verwijst door naar de ggz. Daar begint het wachten. Op een behandeling wacht hij gemiddeld bijna een half jaar. Dat is geen uitzondering: eind vorig jaar stonden ruim honderdduizend mensen op een wachtlijst.
Het gat tussen huisarts en behandeling
In die maanden staat uw medewerker er niet helemaal alleen voor. De praktijkondersteuner van de huisarts biedt vaak nog een paar goede gesprekken. Dat werk is waardevol en helpt veel mensen met lichtere klachten.
Maar die zorg is kortdurend en daar ook voor bedoeld. Wie is doorverwezen, heeft per definitie meer nodig. Zo glijdt uw medewerker thuis verder af. Niet omdat niemand iets doet. De behandeling die hij nodig heeft, begint pas over maanden.
Dat is het gat in de keten. Te zwaar voor de praktijkondersteuner, nog maanden verwijderd van de behandelaar.
Wat er in die maanden wél kan
Daar wil ik zijn. In die wachttijd, bij de mensen die op hulp wachten.
In mijn groepstraining werken deelnemers in vijf bijeenkomsten aan wat hen persoonlijk klemzet. Piekeren, grenzen, de lat te hoog. Kleine groep, geen collega’s bij elkaar, geen standaardprogramma. En zonder wachtlijst, verwijsbrief of indicatie.
De training vervangt geen behandeling. Maar de maanden van wachten hoeven niet verloren te gaan. Wie in die tijd inzicht krijgt in zijn eigen denken, komt vaak al een heel eind. Ruim negenhonderd deelnemers gingen voor. Zij gaven de trainingen gemiddeld een 8,6.
Als werkgever wilt u uw mensen helpen. Juist in die maanden, als het nog kan. Op de pagina voor bedrijven leest u hoe dat eruitziet voor uw organisatie.